INTERIEUR - HELENE VAN MARCKE

Als een moderne nomade pendelt de Belgische interieurarchitecte Hélène Van Marcke tussen Parijs en Gent. Of het nu een Art Deco-huis in Gent, een businessclub in Brussel of een chocolatier in Parijs is: haar stijlvolle interieurs zijn altijd geworteld op de ziel van de plek. ‘Ik heb la bougeotte’.

Lievelingseten: pasta. Wat ik later wil worden: dierenarts, architect of interieurarchitect. In haar vriendjesalbum vertoonde Hélène Van Marcke al verrassend veel maturiteit. Want welk kind van 9 jaar kent al het verschil tussen een architect en een binnenhuisarchitect? ‘Dat heb ik aan mijn moeder te danken. Ze is heel visueel ingesteld en heel creatief. En zij heeft me dat verschil toen uitgelegd. Dat is altijd blijven hangen.’

24 jaar later ontvangt interieurarchitecte Hélène Van Marcke ons in het Gentse Miljoenenkwartier. Ze woont en werkt er in een herenhuis uit 1927, ontworpen door Charles Hoge. ‘Hij was ook de architect van het huis waarin ik opgegroeid ben,’ zegt ze. ‘Dit pand was in een rampzalige staat, toen we het kochten. Sinds 1927 was het nooit deftig gerenoveerd geweest. Het huis had mooie originele Art Deco-elementen, maar had dringend wat liefde nodig. We konden heel veel mooie details behouden, zoals de parketten, de traphal en de binnenramen. Maar technisch is alles compleet vernieuwd. We leven hier niet meer zoals in 1927.’

Parijs – Gent

Het is een goed teken: ondanks corona is de agenda van Hélène Van Marcke nog steeds boordevol. Momenteel is ze volop bezig aan een top secret project, dat ze eindelijk mag onthullen: een ‘women only’ members club in hartje Brussel. (Ter info: mannen zullen er welkom zijn op uitnodiging.) ‘De opdrachtgever is een Brits-Egyptische dame, die lang in Londen woonde. Daar zijn er best wat highend businessclubs voor vrouwen, bij ons bestaat dat nauwelijks,’ zegt ze. ‘Er komt een restaurant en vergaderruimtes in en wellicht later nog een club en cinema. De opening is voorzien voor begin 2021. Het interieur is echt een uitdaging, want het pand uit 1899 is eclectisch qua architectuur. Mooie elementen zijn er genoeg: er is een prachtige traphal met art nouveau glaskoepel en salons met heel hoge plafonds. Trouw aan de eclectische stijl van het pand spelen we met verschillende invloeden: een Engels boudoir, een oriëntaalse club, noem maar op. Ik kan me er echt in uitleven.’

Daarnaast is Van Marcke nog met grote residentiële projecten bezig in binnen- en buitenland. Zo werkt ze in een geklasseerd park in Brugge momenteel aan het interieur van een landhuis uit 1912. En zopas werkte ze chocolaterie Elisabeth af in Parijs, voor een Belgische klant. ‘Ik heb nog altijd mijn appartement en ontwerpbureau in Parijs. Vroeger waren 75 procent van mijn projecten daar. Ik pendelde tussen Frankrijk en België: telkens 4 dagen werken in Parijs en dan 10 dagen in Gent. Die nomadische levensstijl ligt me wel. ‘J’ai la bougeotte’ zeggen ze zo mooi in het Frans. Een onvertaalbare uitdrukking, maar het betekent dat ik moeilijk kan stilzitten. Ik heb er onlangs eens over nagedacht: sinds mijn 11de heb ik geen twee weken in hetzelfde bed geslapen. Ik zou nooit alleen in Gent kunnen werken, want dat is me te beperkt. Maar enkel projecten in Parijs doen zou me ook verstikken. In Gent ligt mijn sociaal leven, de meeste vrienden die je in Parijs maakt, zijn er vaak ook tijdelijk aangespoeld en trekken er na verloop van tijd ook weg. De cocktail van Gent en Parijs maakt het boeiend,’ zegt ze.

Niet overhaasten

‘Eigenlijk was haar ideale scenario om in New York in het bureau van Charlotte Macaux Perelman aan de slag te gaan. Maar Charlotte verhuisde van New York naar Parijs en was dus op zoek naar een nieuwe medewerker voor haar Parijse bureau’ zegt Hélène. ‘Ik kreeg van haar heel snel veel vertrouwen, vrijheid en verantwoordelijkheden. Ik mocht direct op grote projecten werken voor topklanten. Zo heb ik supersnel bijgeleerd. Naast mijn werk voor Charlotte haalde ik ook zelf opdrachten binnen. En uiteindelijk besliste ik om een eigen bureau te starten vanuit Parijs en Gent. Inmiddels is Charlotte nu artistiek directeur bij Hermès Maison. Als Belg heb ik in Parijs het voordeel dat ik opdrachten net iets anders aanpak dan de typische Franse decorateurs of interieurarchitecten. Parisiens houden van mijn ingetogen, interpretatie van de Haussmannien architectuur: die laat veel meer plaats voor de persoonlijkheid of kunst- en designcollecties van de klant.’

Toen Hélène Van Marcke zich in Parijs installeerde, had ze welgeteld drie kussens, een bed en een open haard. ‘We leefden echt als nomades. Avonden lang hebben we daar zo doorgebracht. Meer had ik niet nodig. Ik was de gelukkigste mens ter wereld. Op de duur waren vrienden zelfs verwonderd dat er op de duur toch nog meubels in het interieur kwamen,’ lacht ze. ‘Mijn filosofie is: een interieur moet groeien. Ik heb liever dat dat traag gaat. Anders ziet het er snel teveel als een showroom uit. Soms moet je gewoon wachten tot de juiste stoel of tafel op je radar komt. Je moet jezelf de kans geven om op coup de coeurs te vallen. Ja, dat vergt geduld. En dat hebben klanten niet altijd. Ze willen graag dat hun interieur meteen afgewerkt is. De ruwbouwwerken laat ik altijd zo snel mogelijk vooruit gaan, maar voor het interieur sta ik liever wat op de rem. Je kan dat niet overhaasten.’

Genius Loci

Essentieel in het werk van Hélène Van Marcke is dat alles vertrekt vanuit de ziel van de plek, de zogenaamde ‘genius loci’. Daarom is dé stijl van Hélène Van Marcke ook zo moeilijk te omschrijven. ‘Als je aan een appartement niet kan zien of het in Milaan, Parijs, New York of Hong Kong staat, klopt er voor mij iets niet. Ik wil dat mijn interieurs geworteld zijn op hun plek,’ zegt ze. ‘Mijn projecten zijn geen compilatie van elementen die ik links en rechts al eens heb ontworpen. Zo zit ik niet in elkaar. Businessgewijs zou het beter zijn dat ik een herkenbare stijl heb, die je overal kan op plakken. Maar ik wil niet heel mijn carrière hetzelfde soort project realiseren. Het is ongetwijfeld gemakkelijker voor je kantoor om steeds met hetzelfde arsenaal aan materialen en vormelijke oplossingen te werken. Want zo kan je team heel gemakkelijk je ‘signatuurstijl’ nadoen. Maar dat is niet mijn idee over interieurarchitectuur. Ik wil voor elk project de juiste antwoorden vinden. In een Art Nouveau huis, een Art Deco herenhuis, een Hausmanniaans appartement in Parijs of een nieuwbouw appartementsblok in Genève kan ik toch niet hetzelfde interieur ontwerpen? Mijn werk vertrekt vanuit respect voor de plek, het gebouw en de architect. Daarop moet mijn interieurarchitectuur een antwoord zijn. In een lelijk pand een mooi interieur ontwerpen, vind ik lastig, omdat ik geen goeie basis heb om van te vertrekken. In een ongeïnspireerde nieuwbouw een karaktervol interieur tekenen is niet gemakkelijk, tenzij de klant zelf enorm veel persoonlijkheid en een boeiend referentiekader heeft. Dan kan het toch nog interessant worden.’

Hélène Van Marcke houdt van ontwerpen, maar voor het werk op de werf haalt ze haar neus absoluut niet op. ‘Ik ben heel graag op mijn werven aanwezig: je leert zo ontzettend veel bij van stielmannen. En ik laat liever niks over aan het toeval,’ zegt ze. ‘Een interieurarchitect houdt zich niet enkel bezig met meubels in te tekenen. Decoreren is maar één facet, want eigenlijk is ons beroep heel technisch. Alle aansluitingen en technieken moeten perfect zijn geïntegreerd, vooraleer je kan beginnen decoreren. Al die technische details zijn de basis voor het wooncomfort in een realisatie. En daar ben ik maniakaal mee bezig. Soms verhuizen we zelfs onze ontwerptafel van het bureau naar de werf: dan zitten we met heel het team in onze dikke jas buiten te tekenen in een ruwbouw. Het is verhelderend om die ruimtes live te beleven en te zien hoe de zon er rond draait. Eenmaal ter plekke voel je intuïtief veel beter aan waar bijvoorbeeld grote terrassen moeten komen of waar je een intiemere zithoek kan voorzien.’

Un certain je ne sais quoi

Met het oog op de internationale projecten die Van Marcke en haar team binnenhalen, is de vraag hoe ze zelf de toekomst van haar bureau ziet. Parijs of toch Gent? Of nog elders? ‘Voorlopig werken we wat meer vanuit Gent. Het team in Parijs draait autonoom op freelancers, waarbij mijn appartement in Parijs dienst doet als vergaderruimte. Ik ga af en toe om de werken te surveilleren. Parijs zal nooit uit mijn systeem raken. De stad blijft me altijd boeien. Net zoals de Parijsenaars een ‘certain je ne sais quoi’ hebben, heeft de stad een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij. Parijs blijft zichzelf steeds heruitvinden qua stijl. Ook op vlak van interieurarchitectuur. De Parijse interieurs zijn nooit wereldschokkend of revolutionair, maar altijd geworteld in de traditie en de Franse savoir-faire. Ze zijn een herinterpretatie van klassieke thema’s, maar altijd stijlvol en tijdloos. Het is altijd leuk om naar Parijs te gaan, ook al ben je er al 100 keer geweest.’ Maar zoals het bij een echte nomade past, ziet Hélène Van Marcke zichzelf perfect op andere plekken dan Parijs of Gent aarden. En niet noodzakelijk als interieurarchitect. ‘Ik zou perfect gelukkig kunnen zijn, als ik paarden zou trainen in Spanje. Maar ik zou ook perfect een surfclub kunnen uitbaten in Tarifa. Ik ben niet zo gehecht aan plekken of aan spullen. Mijn man is een IT-developper, die van thuis uit werkt voor een Amerikaans techbedrijf. Dus ook hij is niet aan één bepaalde plek gebonden. Nu we kleine kinderen hebben, is het niet slecht om een vaste uitvalsbasis te hebben in Gent of Parijs. Maar ik zie ons zelf hier geen 40 jaar wonen. Daarvoor heb ik teveel la bougeotte.’

Photographie par: Birger Stichelbaut