BROERS IN BUSINESS - DOMINIQUE & FREDERIC MAENE

In Ruiselede verwierf Chris Maene wereldfaam door historische instrumenten te restaureren en een eigen piano te bouwen waarmee toppianist Daniël Barenboim de pannen van het dak speelt. Vandaag runnen Dominique (°1980) en Frederic (°1983) Maene een van de grootste pianobedrijven in Europa. Voor een goed gesprek liepen we langs in hun atelier. “Hier wordt ook metal gespeeld.”

Het is met een licht knagende spijt in de maag dat ik de showroom van de hoofdzetel van Piano's Maene in Ruiselede betreed. Als kleinzoon van een muzikale mens werd me als kind zowaar een vleugelpiano aangeboden, maar ik weigerde. “Het is nooit te laat”, lacht Dominique Maene. “Gisteren ontmoette ik een zestiger die pas begon te spelen. Uit het niets. Volwassenen die hérbeginnen zien we vaak. Of ze hebben een piano in huis, vinden het zonde dat niemand erop speelt, en zetten er zich zelf aan.”

“Negen van de tien klanten heeft bij wijze van spreken nog nooit een piano van dichtbij gezien”, legt Frederic uit. “Ons grootste cliënteel bestaat uit kinderen. Zeker in september, als de muziekacademie start. Aan hen proberen we een piano te verhuren – dat kost 55 euro per maand. Als ze In Ruiselede verwierf Chris Maene wereldfaam door historische instrumenten te restaureren en een eigen piano te bouwen waarmee toppianist Daniël Barenboim de pannen van het dak speelt. Vandaag runnen Dominique (°1980) en Frederic (°1983) Maene een van de grootste pianobedrijven in Europa. Voor een goed gesprek liepen we langs in hun atelier. “Hier wordt ook metal gespeeld.” Dominique & Frederic Maene “We hebben vader nog nodig” na zes maanden stoppen, halen we ze weer op. Zo vermijden we een overvloed aan overnames. We hebben 1800 piano's bij mensen thuis staan. Beslissen ze op een bepaald moment om er één te kopen, dan krijgen ze een jaar huur terug.”

Aan de andere kant van het klantenspectrum zitten de toppianisten. “We verkopen piano's van 500 tot 300.000 euro”, zegt Dominique, die treffend beschrijft hoe een instrument voor de geoefende pianist een diepe betekenis kan hebben. “Vergelijk het met een boek lezen en helemaal in het verhaal zitten. Of tijdens een film even weg zijn van de wereld. Show geven aan de piano komt vaak neer op: één zijn met de partituur en in de huid kruipen van de componist die ze schreef. Sommigen komen in een soort trance.

Mozart & Metalbands

De verkoop van merken zoals Steinway & Sons beperkt zich tot België en Nederland. Maar daarnaast is er al vijftig jaar een eigen atelier. Met restauraties en exacte klonen van historische pianoforte's werd vader Chris Maene wereldberoemd in muziekmiddens. “Het is een kleine wereld”, zegt Frederic. “Zo bouwen we een tiental instrumenten per jaar. Daarvan blijft zowat vijf procent in België.”

Hier in de showroom staat de hele evolutie van het met toetsen bespeelde snaarinstrument: van een virginaal en een klavecimbel over de pianoforte tot de moderne vleugel. “Deze Anton Walter is een exacte kopie van het instrument waarop Mozart componeerde en oefende”, vertelt Frederic. “We bouwen drie tot zes stuks per jaar. Het kost 38.000 euro: belachelijk weinig voor een volledig handgebouwde piano – er kruipen ruim 400 manuren in.”

Nog zo'n trots is de replica van de Steinway No 1 die Chris Maene een tiental jaar geleden bouwde. Bram Crols maakte er een mooie docu over. “Het was alsof Rolls-Royce zou vragen om hun eerste auto na te bouwen, omdat zij het niet kunnen”, lacht Frederic. “Het originele exemplaar bij Steinway in New York diende als voorbeeld. Maar dat mocht er niet weg. We lieten ter plaatse röntgenfoto's maken om te weten hoe de binnenzijde eruitzag.” De broers tonen nog een gerestaureerde Clementi uit 1797 die nog steeds wordt gebruikt voor concerten en CD-opnames en een Stein-pianoforte uit 1799, gerestaureerd in 2013. “We kopen ze op veilingen. Maar een wrak kan je niet kopen, vervolgens verkopen en pas dán restaureren. De klant wil het resultaat hóren.”

Van een andere orde is de zelf ontwikkelde eigentijdse Doutreligne 7. De allereerste betaalbare designpiano op de markt, zeggen ze zelf. Ze werd in 2015 voorgesteld op de wereldexpo in Milaan en won een Henri van de Velde-award. Verkrijgbaar in zwart of wit met flashy kleuren is het ook een strak interieurobject. “Wij verkopen veel piano's aan mensen die weinig of zelfs niet spelen”, aldus Frederic. “Vandaar ook de zelfspelende Steinway Spirio. Die brengt de meest pure klank in je woonkamer. En alles wordt ingespeeld door Steinway-artiesten. Je kan jezelf ook opnemen en naar die opname luisteren.” ” Een radio van 125.000 euro, dus. Het is momenteel hét succes van Steinway. Het zelfspelende concept vind je ook bij de Yamaha Enspire, en kunnen we ook in onze eigen Doutreligne vleugelpiano’s inbouwen.

In de showroom werd een kleine concertzaal geïntegreerd. Daar wordt behalve klassieke muziek ook jazz en pop gespeeld. “Koen en Kris Wouters vullen het Sportpaleis, maar hier waren ze bloednerveus. Ook Ozark Henry, Sioen en Ibe speelden hier. En Viktoriya Yermolyeva: een Oekraïens Youtubefenomeen dat covers brengt van metalbands zoals Metallica en Rammstein.”

Twee keer per week arriveert hier een bus. “Bedrijfsbezoeken zijn een belangrijk marketinginstrument. Op het einde krijgen die bezoekers een concert op vijf verschillende historische instrumenten.” Ook Ducati – Dominique is fan – en Ferrari organiseerden hier al events. “Dat genereert veel shares op sociale media, van mensen die anders niet zouden komen. Zo leeft de showroom. We krijgen jaarlijks 11.000 bezoekers over de vloer die niet voor piano's komen maar voor bedrijfsbezoeken en concerten. Zo denken mensen aan ons als ze aan piano's denken. En dat is het doel. Zodra men aan iemand anders denkt, voelt het lastig. Dan worden we overtroffen.”

Vrij

Zelf zijn ze geen grote pianisten. “We spelen wel voldoende goed om te zorgen dat een instrument klinkt zoals de pianist het wil”, zegt Dominique. “Toen we klein waren stond de radio altijd aan, maar we zijn niet zeer muzikaal opgevoed. Volgens vader was er in de hele geschiedenis nooit een pianobouwer die ook een goede pianist was, en vice versa. Pianisten hebben schrik om hun handen te bezeren of hun oren te beschadigen. Wij kunnen met een vinger minder ook ons werk doen.”

“Als kind was vooral de werkplaats onze speeltuin. Ook in het weekend. Vader werkte dag en nacht. Prutsen in het atelier verkozen we boven een of andere uitstap. We mochten ook schuur- en boormachines gebruiken. Toen we twaalf waren maakten we met de zaagmachine allerlei dingetjes voor onszelf. Zo sloop de vaardigheid erin, en de liefde voor het bedrijf. Maar het bedrijf overnemen was nooit een kwestie van moeten, zoals vaak. We waren volledig vrij om hier al dan niet te werken, en als we hier werkten: wat we zouden doen.”

Frederic is verantwoordelijk voor het atelier. Hij heeft nooit elders gewerkt. “Ik zou hier nóóit werken, dat stond vast – het was niets voor mij”, vertelt zijn broer. “Ik belandde in de wereld van interieur en standenbouw. Maar op de duur was ik daar zeven op zeven bezig en wilde eens iets anders. Nu doe ik het operationele: onze logistiek en magazijnen, de gebouwen van onze zes eigen winkels beheren, ons eigen transportteam, verzekeringen en welzijn op de werkvloer – dat laatste is zeer belangrijk.”

Hun grootvader Albert Maene was koster en organist in de kerk van Ruiselede. “Hij gaf ook les, en zijn studenten hadden piano's nodig: zo ontstond in 1938 de restauratie en verkoop”, vertelt Dominique. “Zijn vrouw Zulma Dutreloigne was de onderneemster – en geen gewone. Als de klanten kwamen stonden taart en koffie klaar.” Hun vader nam de zaak over in 1983, als jongste van zes. “Hij was de meest gepassioneerde. Op zijn zestiende had hij zijn eerste instrument al gebouwd. Toen hij begon was er geen personeel. De eerste werknemer is eind vorig jaar met pensioen gegaan, na 35 jaar dienst. De tweede, Christiaan Devos, is nu financieel directeur. Hij heeft alle stappen meegemaakt. Hier is heel weinig verloop.” Inmiddels zijn er 85 medewerkers, waarvan zestig in België en 25 in Nederland, waar Maene in 2018 Ypma Piano's in Alkmaar overnam. Daardoor is Maene niet alleen exclusief invoerder van Steinway & Sons voor België en Nederland, maar ook officieel hofleverancier in beide landen.

Play me I'm yours

Als je het parcours van het bedrijf bekijkt, lijkt het alsof er continu groei was. Frederic: “Natuurlijk waren er groeipijnen, maar de verkoop is elk jaar gestegen. We hebben altijd grote investeringen gedaan en risico's genomen. In 2013 moesten we afscheid nemen van drie mensen. Vergeleken met andere bedrijven was dat minimaal. En het jaar erna kwamen er alweer meer bij. Piano's zijn niet zo crisisgevoelig. Op hun hobby besparen mensen niet. En een goede piano gaat een leven lang mee. Voor ons is dat een nadeel: aan een klant verkopen we doorgaans maar één keer. Behalve als het digitale piano's betreft. Die evolueren ook sneller – met bluetooth en zo. Mensen upgraden soms ook van een digitale naar een akoestische of van een buffetpiano naar een vleugel. En we hebben ook wel verschillende generaties van families als klant.”

Hun truc is ook: mensen goesting geven om te spelen. Onder het motto 'play me I'm yours' plaatsten ze als trigger piano's in de luchthavens van Oostende, Charleroi en Zaventem. “Daarnaast hebben we al tien jaar piano's op tournee, onder meer in stations zoals Gent Sint-Pieters, op de Sinksenfeesten in Kortrijk, in bibliotheken, ziekenhuizen en op andere openbare plaatsen. Zo staan er een dertigtal verspreid. Kleine kinderen beginnen er dan popnummers op te spelen.”

“Piano is toegankelijker dan twintig jaar geleden”, zegt Frederic. “Toen was het iets voor de betere middenklasse, en werd er enkel klassiek gespeeld. Nu is de piano overal. In Belgium's Got Talent, The Voice, Eurosong, reclamespotjes, noem maar op. Vroeger kon je kiezen: Mozart, Beethoven – en als je heel goed was: Rachmaninov. Nu spelen ze popmuziek. Piano is hipper dan ooit.”

Dominique: “Ook wij waren vroeger altijd bezig in de klassieke scène. Onder meer door onze CEO gingen we ook samenwerken met Jazz Middelheim en Gent Jazz. En dan kwam de popwereld erbij. Vandaag lopen alle genres ook door elkaar. Vroeger had je klassiek, hardrock, house,... Dat is voorbij. Kijk naar de samenwerking tussen Jef Neve en Liebrecht Vanbeckevoort. Neve bracht ook Sunrise van de Kortrijkse elektrorockband Goose op piano. We hebben zelfs met Channel Zero samengewerkt. Unplugged.”

Frederic: “Onze sterkte is dat we zijn meegeëvolueerd met de tijd. Zo waren we de eersten die digitale piano's verkochten. We leidden er speciaal verkopers voor op. 'Een digitale piano is geen piano', hoor je soms. Het is geen akoestische, maar wel een piano. Je moet die klanten niet wegjagen. Digitale piano's zijn al vijftien jaar een succes, en de laatste twee jaar boomen ze. Vroeger had je er van 600 tot 1.200 euro. Nu ook van 15.000 euro. Ze krijgen ook steeds meer edele materialen zoals een massief houten klankbord en houten toetsen, waardoor de kwaliteit stijgt. Ze voelen honderd procent als een akoestische – je hóórt het verschil nog een beetje. Het belangrijkste pluspunt: je hoeft ze niet te laten stemmen en ze zijn makkelij - ker te plaatsen. En ze hebben een hoofdtelefoon. Al bouwen we die ook in op akoestische piano's – dan komt de elektronica van een digitale piano onder het klavier te zitten. Voor 1.700 euro heb je een hele goeie digitale piano. Maar een akoesti - sche blijft voor velen een droom.”

Rechtsnarige vleugel

Om de toekomst te verzekeren willen de broers minder afhankelijk worden van andere merken. Daartoe willen ze hun merk Doutreligne versterken en de verkoop van de zogenaamde 'rechtsnarige vleugel' aanzwengelen. Die laatste is het paradepaardje van Chris Maene.

De Doutreligne-lijn bouwen ze sinds 2004. “Het merk werd afgeleid van de naam van onze grootmoeder – Zulma was geen optie”, lacht Frederic. “Het is een eigen ontwerp, gebouwd met Europese materialen, maar geassembleerd in Azië. De startprijs bedraagt een kleine 5.000 euro. Voor een vleugel betaal je het dubbele – die werken we hier nog 20 uur af. Het doel was: een kwalitatieve vleugel voor de prijs van een goede buffetpiano.”

“Nu kiezen steeds meer muziekscholen ervoor, maar kwaliteitspiano’s ontwerpen en laten produceren in Azië was niet eenvoudig”, erkent hij. “Leraars bestempelden instrumenten uit China vaak als rommel. Wij zochten in China een langetermijnsamenwerking en werken met de grootste pianofabriek, waar ook Japanse instrumenten worden gebouwd. De eigenaar is zwaar gepassioneerd. Hij maakt geen horloges, zoals anderen. Het is de tweede Chris Maene – en zo zijn we er maar één tegengekomen.”

De rechtsnarige vleugelpiano is een heel ander verhaal. “In historische instrumenten kan je je eigen creativiteit niet kwijt. Je ziet fouten maar mag ze niet verbeteren. Vader had z'n eigen ideeën over hoe een piano moest klinken. Tot 150 jaar geleden lagen de snaren in een piano recht naast elkaar. Dan ging Steinway ze kruisen, voor een meer homogene klank. De bassnaren liggen dan over de staalsnaren. Met dezelfde snaarlengte, die het volume bepaalt, kan je een piano op die manier ook tien centimeter inkorten, wat vaak het verschil maakt om in een ruimte te passen. Alle andere merken volgden Steinway. Vervolgens werkten ze verder op een betere mechaniek. Maar historisch gezien is het logisch om de rechtsnarige piano te behouden. Op een hedendaags instrument klinken Mozart en Beethoven nooit zoals in hun tijd. Daar komt bij dat die oude instrumenten werden gebouwd voor huiskamers. Ze zijn te beperkt om een grote concertzaal met klank te vullen. Een concertvleugel met de snaren naast elkaar was nog nooit gebouwd. Onze rechtsnarige heeft min of meer een klankkleur zoals vroeger, én die betere mechaniek.”

Het idee was er allang. De beslissende duw kwam er toen de CEO van Steinway & Sons hen in juni 2013 belde. “Twee jaar eerder had de Argentijns-Israëlische Steinway-artiest Daniël Barenboim op een historisch instrument met de snaren naast elkaar gespeeld”, vertelt Frederic. “Toen ging voor hem een nieuwe wereld open, en hij had aan Steinway gevraagd om zoiets te bouwen voor hem. 'Wat bedoelt hij daar eigenlijk mee?', vroegen zij aan ons. Mijn vader legde dat uit. Uiteindelijk hebben ze gezegd: wij kunnen dat niet bouwen; als er iemand is die het wel kan, dan is het Chris Maene.”

“Steinway is de absolute marktleider en referentie. Slechts tien procent van de pianisten kiest een alternatief zoals Yamaha of Kawai, maar ook dat zijn haast allemaal kopieën. Met de rechtsnarige wilden we het niveau van Steinway behalen met een piano die een specifieke klankkleur heeft maar ook niet té veel afwijkt. Maar zoiets van nul bouwen is een serieuze investering. We zitten aan bijna twee miljoen euro ontwikkelingskosten. Het begint met onderzoek; een mal om een frame te gieten kost al 15.000 euro, en we hebben drie modellen; je hebt er ook een nodig om het hout van een rim te buigen; je moet prototypes bouwen; enzovoort.”

In 2015 presenteerde Chris Maene zijn rechtsnarige vleugel in de Royal Festival Hall in Londen, waar Barenboim er drie concerten op speelde. “We hadden er toen een voor hem en een voor onszelf gebouwd”, vertelt Frederic. “Ook die tweede kocht hij meteen, omdat hij overal ter wereld speelt. 'Ik heb heel mijn leven met twee handen gespeeld, nu speel ik met tien vingers', zei hij. Nu doet hij al zijn CD-opnames op onze instrumenten.”

Ook andere kenners waren lyrisch over het werk van Maene. Intussen bouwde het bedrijf een twaalftal exemplaren. “Dat moet omhoog”, zegt Frederic. “Zie het als een startup. Om het instrument zo vaak mogelijk op podia te krijgen en naambekendheid op te bouwen, begonnen we met de grote concertvleugel. Maar voor thuis is die te bombastisch. Nu zijn er drie modellen, met lengtes van 284, 250 en 228 centimeter. De prijsklasse is die van Steinway: vanaf 100.000 euro. Een concertvleugel kost 150.000. Er kruipen 1200 werkuren in. “Het verschil tussen een koersfiets van 3.000 en een van 10.000 euro is vijftig gram, maar op honderd kilometer maakt dat een verschil”, verdedigt Frederic die prijzen. “We gebruiken ander hout, de opbouw is anders, en er is een veel fijnere, haast chirurgische afwerking.”

Beethovens hoorn

De broers nemen ons mee naar het atelier. Daar geschieden de herstellingen en restauraties en wordt de rechtsnarige van nul gebouwd. “Het atelier levert slechts een fractie van onze omzet, maar voor de marketing en media-aandacht is het cruciaal”, zegt Frederic. “Zonder atelier waren we nooit zo groot geworden.” We lopen tussen meterslange houten rims of kastwanden, die bestaan uit vele lagen op elkaar gelijmde esdoorn van vijf millimeter. Er werken tien mensen. Schrijnwerkers, waarvan sommigen in Doornik een extra opleiding restauratietechniek volgden; techniekers; specialisten inzake klank; spuiters en polierders. Temidden een machinepark beoefenen ze een modern ambacht. “Het is niet zo dat je hier een plan krijgt en een hele piano bouwt”, legt Frederic uit. “Ieder doet zijn deel, maar hun totaalpakket is nog zeer divers. Iemand schaaft het hout, een ander bouwt klavieren; nog een ander klankborden; of de buitenkasten, waar een frame moet worden ingepast. Er is ook iemand die met boor en beitel fulltime kammen maakt – het onderdeel dat de trillingen van de snaren doorgeeft aan de zangbodem. Een kam is drie weken werk.”

De gemiddelde leeftijd is hier slechts dertig jaar. Pascal Bruggeman is met veertig de oudste. Hij werkt hier sinds zijn achttiende. “Jongeren zijn makkelijker te kneden”, zegt Frederic. “Ouderen willen het vaak beter weten. En generaties laten samenwerken is niet altijd eenvoudig.” Niet alleen de mensen die op de klank werken en de stemmers hebben conservatorium gestudeerd, ook voor de meeste techniekers en verkopers is dat het geval.

Kan dit blijven bestaan, hier in ons land? “In het topsegment wel, waar mensen willen betalen”, zegt Frederic. “Maar er worden ook Chinese piano's verkocht als Duitse. Daar heb ik een hekel aan. Tot de jaren 70 had elk pianobedrijf een werkplaats. Er waren veel pianofabrieken in België. Maar omdat dat niet opbracht, zijn ze verdwenen, net als de vioolbouwers. Wij zijn altijd blijven doorgaan en bleven als enige over. Maar met alléén piano's bouwen kan je niet overleven.”

Hij toont ons nog de spuitcabine. “Voorbereiden, spuiten, gladschuren, polijsten tot hoogglans: dat is twee, drie dagen werk. Voor minder dan duizend euro kan je hier bijna niks doen. Ik ben soms beschaamd om een offerte te geven voor een nieuwe lak. Snap je nu waarom de Doutrelignes in Azië worden gebouwd?”

“Wil je ook eens de hele rare dingen zien waarmee wij bezig zijn”, grijnst hij, en neemt me mee naar boven. Er staat een enorme hoorn in metaal. “Gisteren wandelde ik er hiermee door de gang en er was niemand die opkeek”, lacht hij. “In opdracht van het Orpheus-instituut in Gent maken we een replica van het instrument dat Beethoven gebruikte toen hij doof werd. In boeken staat beschreven dat hij een 'hoormachine' liet maken om over zijn instrument te zetten en de klank naar zijn hoofd te leiden. Dit is in zink, maar er is discussie: het kan ook koper of messing zijn geweest. Zijn pianoforte hadden we al gekopieerd. Dit dient louter voor onderzoek: men zal zijn muziek testen met en zonder hoorn, om na te gaan wat hij op het einde van z'n leven nog hoorde, en waarom hij zus en zo heeft geschreven. Al zal de hoorn ook wel bij een reeks concerten worden gebruikt.” “En allemaal met jouw belastinggeld, hé”, lacht hij. Chris Maene zelf is intussen 67 en met pensioen. “Maar hij is hier nog acht uur per dag”, vertelt Frederic. “De eindklank van historische instrumenten verzorgen wij met z'n tweeën. Maar hij wil nog bij alles betrokken zijn. En we hebben 'm ook nodig. Geen pianoboek is zo gedetailleerd als wat in zijn hoofd zit. Hij kent de geschiedenis van elk merk op z'n duimpje. Nu is hij met z'n vrouw op reis – lichtjes tegen zijn zin. Zijn valies is voor de helft gevuld met pianoboeken. Als hij landt, belt hij meteen om te vragen hoe het hier is. En dan om de twee dagen opnieuw. Hij is best gevoelig: als wij 'm twee weken lang niets zouden vragen, zou hij ontgoocheld zijn.” (Lacht)

Dominique: “Een andere passie heeft hij niet. Niets. Thuis heeft hij tachtig historische piano's staan. Daar heeft hij jaren geleden zijn living voor opgeofferd: zetel en tafel eruit, enkel nog piano's.” De collectie-Maene bestaat uit zo'n 300 piano's. In de voormalige vestiging in de Aalterstraat in Ruiselede staat ook een deel. Net als in Brussel, waar Maene boven de winkel aan het Zuidstation een museum rond Belgische piano's opende. Nóg een deel staat in de kerk in Oud-Rekem die de familie kocht en renoveerde. Het gelijkvloers is er showroom, boven is een concertzaal.

CEO gevonden

Chris Maene is niet alleen een wandelende piano-encyclopedie maar ook een strateeg die zijn opvolging goed voorbereidde. “Aanvankelijk werkten we allebei in het atelier”, vertelt Dominique. “Onze externe adviseur – Hugo Vandamme, de ex-CEO van Barco – vond dat we dat beter konden splitsen. Dan ben je van alles op de hoogte, en tegelijk kom je niet in elkaars vaarwater. Toen ben ik naar het bureau gevlogen. Een grote aanpassing. Ik was het gewend om met mijn handen te werken.” “Onze pa heeft zich altijd goed laten omringen”, zegt Frederic. “Zijn passie ligt in het atelier. Als hij elke dag aan zijn bureau had gezeten, waren we nooit zo groot geworden. Ook wij wilden blijven doen wat we goed kunnen. De dagelijkse leiding nemen zagen we niet zitten. Daarom heeft hij in 2012 Stefaan Vanfleteren tot CEO benoemd. Hij werkte hier al – als je ernaar moet zoeken, vind je zo iemand niet. Vroeger had hij een managementfunctie bij het West-Vlaamse Televic. Hij was al sinds zijn jeugd gepassioneerd door muziek en elektronica en zette onze digitale piano afdeling op de rails. Maar hij kon het leiden niet laten. Hij startte onmiddellijk met de implementatie van een nieuwe bedrijfssoftware. We wisten dat er veel in zat. Een niet-familiale CEO is een soort buffer tussen de belangen van de aandeelhouders en die van het bedrijf. “Nu werkt dat evenwicht wel goed”, zegt Dominique. “Wij bewaken het DNA van het bedrijf. En we beslissen gezamenlijk. Al heeft vader nog steeds het laatste woord. En ons veto telt ook – wij moeten tenslotte onze handtekening zetten. Het voordeel is: wij tweeën komen altijd overeen. Op advies van Hugo Vandamme hebben we ook beslist dat onze partners hier niet komen werken. Nu, zij zijn ook geen vragende partij: ze hebben allebei een goeie job.”

Geen van de broers heeft een managementopleiding, hun vader evenmin. “Misschien is dat ook een sterkte”, zegt Frederic. “We hebben wel gezond boerenverstand. Maar de eerste tien jaar dacht ik na elke vergadering: we gaan falliet! Nu draaien we 18,5 miljoen euro omzet. Ik schrik daar soms van. Maar een bedrijf als dit draait niet enkel om cijfers. Ook passie en emotie zijn cruciaal. We zijn niet extreem winstgevend. Dat is ook niet de strategie. En we keren geen dividenden uit: alle winst wordt geherinvesteerd, vooral in sponsoring van kunst en cultuur. We willen vooral verder groeien. We denken na over nieuwe winkels, zeker in Nederland. Nu is er één in Alkmaar.”

Ook de familiale overdracht werd intussen geregeld. “Vaak wordt dat zo lang mogelijk uitgesteld”, weet Frederic. “En als er iets gebeurt is het te laat en kunnen de kinderen de successierechten niet betalen. Maar vader zag er tijdig het belang van in.” Met de derde generatie lonken de klassieke hoofdbrekens van een familiebedrijf aan de horizon. “Intussen zijn we zo groot dat het niet langer logisch is dat iedereen hier komt werken. Het zullen ook geen broers of zussen meer zijn, maar neven en nichten. Dan duiken er vragen op. Wie wordt hier actief? En in welke functies? Tegen welke verloning? Daar moeten wij tijdig aan beginnen.”

Fotografie door: Birger Stichelbaut